Een vreemde ervaring op de bouw

Het regende buiten. En hoewel het niet echt pijpenstelen regende, regende het hard genoeg voor normale mensen om binnen te blijven, tenzij ze echt naar buiten moesten.

 

Mevrouw Roberts was echter verre van normaal. In haar regenjas was ze op de fiets onderweg van de supermarkt naar huis, rustig fietsend alsof het een stralende zonnige dag was. Haar hond, meneer Bubbel, zag eruit alsof hij het een stuk minder naar z’n zin had, gepropt in het kleine mandje voorop haar fiets.

 

Emma Alden zat achter het raam naar hen te kijken, terwijl haar plan om te gaan fietsen met iedere regendruppel meer en meer in het water viel. Fietsen was één van haar favoriete dingen om te doen, zelfs als het regende. Haar moeder was het hier helaas niet mee eens. Emma zuchtte nog een keer, zoals ze de hele middag al liep te zuchten, en steunde met haar kin op haar hand.

 

Emma was een normaal elfjarig meisje. Ze had krullend donkerbruin haar, een puntig klein neusje en een gezicht vol met kleine sproetjes. Ze hield van paarden, van naar school gaan, van lezen en, zeker op dit moment, van fietsen.

 

Het dorp waar Emma woonde, Oud Haalden, was minstens zo normaal. Het was klein, met net genoeg inwoners voor een school, een supermarkt en een rotonde. Het was een leuk dorpje, je zou het bijna pittoresk kunnen noemen, en het trok dan ook veel toeristen en dagjesmensen. En dat was fijn voor Emma en haar moeder.

 

De klok sloeg vier uur. Emma had even niet aan de tijd gedacht. Hoewel ze nog steeds graag naar buiten wilde om te gaan fietsen, was vier uur het begin van het klusjes-uur: het uur waar Emma haar moeder meehielp. Ze kwam overeind, sprong van de vensterbank en pakte een stapel handdoeken die ze moest verdelen tussen de kamers op de tweede verdieping.

 

Het enige wat je abnormaal kon vinden aan Emma, was de plek waar ze woonde. Haar moeder was eigenaar van de enige ‘Bed and Breakfast’, een huiselijk hotelletje waar mensen kunnen overnachten en ontbijten, in het dorp. Het was een smal huis, met twee verdiepingen en een heleboel kamers, welke tien jaar geleden was verbouwd om aan ongeveer 10 gasten plek te kunnen bieden. Het feit dat het huis de grootste tuin had in het dorp zorgde ervoor dat het altijd helemaal vol zat met toeristen in de zomermaanden. Emma kon zich de tijd niet herinneren dat er geen vreemde mensen in hun huis waren. Allemaal kwamen ze voor de rust en de natuur van het platteland.

 

Door de jaren heen waren er verschillende vreemde snuiters te gast geweest bij Emma en haar moeder. De familie Johnson bijvoorbeeld; een familie van negen personen uit Amerika, die naar Oud Haalden kwamen om te zoeken naar kabouters, en er heilig van overtuigd waren dat deze echt bestonden. De hele dag liepen ze rond in het nabije bos om naar aanwijzingen te zoeken, en ‘s avonds kwamen ze terug met verhalen, zelfgetekende kaarten en ‘bewijs’ in de vorm van takjes, bladeren en soms modder. De andere gasten vonden de familie Johnson heel erg grappig, maar Emma’s moeder vond het iets minder leuk als haar keukentafel bezaaid lag met de inhoud van het halve bos. Toen de familie weer richting huis vertrok waren ze vrolijk als altijd, hoewel ze geen enkele kabouter hadden gezien. Emma heeft nooit kunnen achterhalen of de ouders meededen met het verhaal voor hun zeven kinderen, of dat ze zelf ook echt in kabouters geloofden.

 

En dan was er nog Alex, de negentienjarige student uit België, die naar Engeland was gekomen om rond te reizen, maar op de één of andere manier al zes keer in vier weken bij Emma en haar moeder terecht was gekomen. Hoe hij dat precies voor elkaar kreeg wist Emma niet, maar dat kon haar ook niet echt iets schelen: hij gaf haar namelijk steeds overheerlijke Belgische chocolade als hij een kamer bij hen huurde. Emma hoopte dat Alex wist dat hij een heel slecht gevoel voor richting had, want anders zou hij nu wel denken dat alle huiselijke hotelletjes in Engeland op elkaar leken.

 

Emma hield van het werk in hun ‘Bed and Breakfast’, bijna evenveel als haar moeder ervan hield. Haar moeder vond het heerlijk iedere dag een reusachtig ontbijt te maken voor haar gasten, en hield ervan om met buitenlandse gasten te praten (en hen een beetje Engels te leren). Ze hield zelfs van de mindere kanten van het hebben van een klein hotelletje: het vroege opstaan, het altijd maar vriendelijk moeten glimlachen, en de troep opruimen van mensen die je amper kent.

 

Hoewel Emma niet kon koken en ook haar moeder daar niet bij mocht helpen, deed ze alle andere klusjes wel. Het leek er wel eens op, dacht Emma regelmatig, dat ze op de leeftijd van elf jaar al een hele opleiding achter de rug had met al die verschillende werkzaamheden. Als het ooit helemaal niks meer mocht worden met school – hoewel dat ondenkbaar was, want Emma hield van naar school gaan – kon ze altijd nog haar eigen ‘Bed and Breakfast’ beginnen als ze groot was.

 

Om vijf over vier liep Emma naar de bovenste vier kamers en legde twee handdoeken in iedere badkamer. Toen de handdoeken op waren liep ze naar beneden, en zag door het smalle raam bij de trap dat het was opgehouden met regenen. Haar hart maakte een klein vreugdesprongetje en ze rende de laatste treden de trap af, richting de keuken. Haar moeder was bezig met het bakken van een cake terwijl ze in gesprek was met meneer Brauns, een Duitse toerist, die met zijn vrouw naar Oud Haalden was gekomen om de molens te bewonderen, hoewel er sinds 1967 geen molen meer in het dorp was te vinden.

 

‘Ah, Emma, goed dat je er bent’, zei haar moeder, blij dat ze even niet met meneer Brauns hoefde te praten. ‘Heb je de handdoeken naar de kamers gebracht zoals ik had gevraagd?’

 

‘Ja mam’, zei Emma, terwijl ze gretig naar buiten keek. Ze zag dat haar moeder het opmerkte.

 

‘Het is nog niet gestopt met regenen, schat, het miezert nog steeds.’

 

‘Ik weet het’, zei Emma, en deed haar best niet te laten merken dat ze graag naar buiten wilde.

 

‘Maar’, vervolgde haar moeder, ‘meneer Brauns is zo aardig geweest me te helpen met de ingrediënten voor het eten…’ zei ze, glimlachend. ‘Dus als je echt zo graag naar buiten wilt, mag dat wel.’

 

Voordat haar moeder de kans had zich te bedenken (niet dat ze dat vaak deed, maar toch), had Emma haar jas al gepakt en was naar buiten gestormd voordat ze meneer Brauns haar veel plezier hoorde wensen. Ze holde naar het schuurtje, pakte haar grote gele fiets en was onderweg.

 

Waarom zo zoveel van fietsen hield kon ze niet helemaal uitleggen. Misschien was het de manier waarop ze langs de huisjes in het dorp ging, veel sneller dan ze ooit te voet zou kunnen. Misschien was het omdat ze al op driejarige leeftijd had leren fietsen – zonder zijwieltjes, dank je wel.

 

Of misschien kwam het doordat haar dorpsgenoten vrolijk zwaaiden als ze haar voorbij zagen komen. Iedereen kende Emma en Emma kende iedereen in het dorp; het was één van de voordelen van het leven in een klein dorpje. Iedere keer als ze langs de boekwinkel van mevrouw Gildema reed kon ze rekenen op een vrolijke zwaai van de eigenaresse zelf. En als ze voorbij het huis van de familie Haster kwam, die een hele grote oude hond hadden, kon ze de hond ‘hallo’ laten blaffen als ze met haar fietsbel ringde. De hond sliep altijd in de tuin en als ze niet zou bellen zou hij dan ook blijven slapen.

 

Emma wilde niet ziek worden, dus ze zette haar muts op en deed haar jas tot bovenaan dicht. De zomer kwam er bijna aan en ze wilde niet, net zoals vorig jaar, de eerste week binnen verblijven omdat ze verkouden was. Binnen moeten blijven terwijl iedereen in het zwembad aan het spelen was wilde ze graag niet nog eens meemaken. Hoewel haar moeder haar nog had gewaarschuwd van tevoren, had ze helaas haar lesje op de harde manier geleerd.

 

Ze sloeg de hoek om naar de Boekenselaan, een brede straat die de enige doorgaande weg was van het dorp. Aan de beide zijkanten van de weg stonden prachtige grote bomen die ver over het asfalt reikten, en waarbij de takken vol blaadjes elkaar in het midden net raakten. Ook de huizen in de Boekenselaan waren mooi. Grote oude huizen met prachtige tuinen.

 

Op dit moment was de Boekenselaan niet zo heel erg mooi, en niet alleen omdat het regende. Bouwvakkers waren al bijna zes maanden bezig met het aanleggen van nieuwe rioleringspijpen. Zes maanden leek Emma erg lang, maar aan de andere kant, het plaatsen van enorme betonnen rioleringspijpen klonk ook niet als iets wat je in een dag doet. Ze zag dat ze nog maar één pijp moesten plaatsen.

 

Ze was iets te lang na aan het denken over de rioleringspijpen, want zonder dat ze het doorhad was ze bijna bij het huis was van James van de Heuvel. James zat bij haar in de klas en was de knapste en leukste jongen van de school. Dat was niet alleen Emma’s mening: de meisjes hadden er over gestemd.

 

Ze wilde niet dat James haar zou zien met een lelijke muts op haar hoofd en haar jas tot bovenaan dicht, dus deed ze vlug haar muts af en haar jas een klein stukje open. Ondanks dat het regende, wilde ze er cool uitzien op haar fiets. Verkoudheid kon d’r nu even niks schelen.

 

Emma keek naar het huis van James en zag dat hij, zijn twee zusjes en zijn ouders buiten op het punt stonden een auto in te stappen. Haar adem stokte een beetje omdat ze hem buiten school zag: dit was de kans om indruk op hem te maken. Maar ze moest snel zijn: ze was al bijna bij hun oprit en James was bezig zijn zusjes in de auto te duwen, en hij keek dus niet naar de weg. Ze besliste dat het tijd was voor actie.

 

‘Hoi James!’ riep ze, terwijl ze naar hem zwaaide. Niet te gretig, maar ook niet te gewoontjes. Ze wilde niet dat James haar ‘een meisje van school’ zou noemen als zijn ouders het zouden vragen, oh nee, ze mikte op ‘Dat? Dat is Emma Alden’.

 

James keek op, zag Emma en stak zijn hand op om terug te zwaaien, maar net voordat hij dat deed, zag Emma zijn gezicht van schrik vertrekken.

 

Met een luide smak kwam Emma terecht op de rand van de weg. Haar voorste wiel was geslipt over wat modder, ontstaan door het werk aan de rioleringspijpen. Toen haar voorwiel onderuit schoof, volgde haar fiets vanzelf, en Emma zelf ook.

 

Toen ze zich realiseerde wat er gebeurd was, keek Emma om zich heen. Haar fiets was nog steeds heel, maar haar rechterbeen en de rechterkant van haar jas zaten onder de modder. Ze had gelukkig verder nergens pijn, en ze begon overeind te krabbelen, toen ze een blik wierp op de enorme rioleringspijp die ze op een haartje na gemist had.

 

De pijp had een dikke stevige rand, en was bijna twee keer zo breed als Emma was. Maar dat was niet de reden waarom Emma bleef kijken. Nee, ze bleef kijken omdat ze zag dat, toen ze door de pijp heen keek, het aan de andere kant niet meer leek te regenen. Het was geen optische illusie. De weg was er nog, en de bomen ook, maar het regende daar niet.

 

Ze had geen tijd om er langer bij stil te blijven staan, want ze hoorde plotseling een hoop gelach. Ze keek op en zag de twee kleine zusjes van James voorovergebogen van het lachen staan, tranen in hun ogen en hun vingers wijzend op Emma. Met het schaamrood op de kaken kwam Emma vlug overeind en vergat het vreemde wat ze net had gezien. De moeder van James kwam naar haar toe met een bezorgd gezicht, terwijl de vader van James zijn twee dochters, die nog steeds aan het lachen waren, de auto in stuurde. James zelf stond nog steeds op de oprit, kijkend naar zijn moeder en Emma, niet helemaal zeker wat voor gezichtsuitdrukking nu gepast was. Een paar tellen later dook hij ook vlug de auto in.

 

‘Gaat het, lieverd? Je maakte een behoorlijke smak.’ zei de moeder van James terwijl ze Emma overeind hielp.

 

‘Het gaat wel’, antwoordde Emma terwijl ze de modder van zich af probeerde te kloppen. ‘Het kwam door de modder enzo…’

 

‘Weet je het zeker?’ vroeg de moeder van James, terwijl ze hielp de modder van Emma af te poetsen. ‘Het spijt me van de meiden, ze kunnen af en toe zo onbeleefd zijn…’

 

Emma wilde niet aan de meiden denken. Ze vond het lief dat de moeder van James haar probeerde te helpen, maar ze voelde zich zo beschaamd over haar valpartij voor de knapste jongen van de school, dat ze nu helemaal onder de modder zat, dat ze zojuist uitgelachen was door zijn twee zusjes en nu geholpen moest worden door zijn moeder. Ze wilde nu gewoon zo snel mogelijk weer weg.

 

Ze trok haar fiets overeind, bedankte de moeder van James, en spurtte weg naar het dorp. De snelste weg terug vinden was het enige dat haar nu bezig hield. Ze wilde niet dat mensen het gras en de modder op haar jas zagen en hoopte dat James, of zijn twee zusjes, het niet tegen iedereen zouden vertellen op hun laatste schooldag morgen. Emma was totaal niet bezig met de vreemde gebeurtenis die ze zojuist had meegemaakt. De gebeurtenis die haar leven voor altijd zou veranderen.

Chapter two: Kate and Will-o-wisp, burglar and runaway

It wasn’t until after dinner that Emma thought about the sewer pipe again. The embarrassing tumble and subsequent humiliation had vanished the moment she sat at the dinner table, and joined the conversation Mr Brauns had with Mr and Mrs Tanning, from Exeter. Though Emma joined the conservation halfway, she understood that Mr Brauns wanted to know if Exeter was worth visiting, and if so, what he and his wife shouldn’t miss. Mrs Brauns, meanwhile, was asking Emma’s mother about her cooking, while scribbling down recipes in German.

It was only after Mr Brauns asked her how her bike ride was, in his broken English, that Emma thought about the sewer pipe again. (After a short jolt of embarrassment because of the fall.) She quickly answered Mr Brauns that it was great, and kept eating.

When dinner was done she helped her mother cleaning up by carrying plates into the kitchen and loading them into the dishwasher.

‘Mum, can Kate come over tonight?’ she said when she put the last dishes in.

Kate was Emma’s best friend. She had been since they were both little girls, and Kate had spent many nights in the B&B over the years. But today was still a school day, so Emma’s mother had all the reason to deny her that request. From her mother’s expression, however, Emma could tell she would agree.

‘Sure, dear,’ she said, before adding: ‘but only because it’s the last day of school tomorrow. I’ll call Kate’s mother to see if it’s okay. In fact, I’ll do it right now…’

She walked away, still muttering to herself, leaving Emma alone in the kitchen.

Emma’s heart skipped a beat. This was perfect: she could tell Kate all about what happened this afternoon, maybe without the part where James and his sisters saw her fall. Knowing Kate, she would most likely be as intrigued as Emma was.

Kate didn’t have many friends in school. In fact, Emma was probably her only friend, since everyone thought Kate was a bit… odd. Which she was, she said so herself. She also said it wasn’t her fault completely: Kate’s parents were different from the other people in the village. They didn’t really ‘do’ etiquette, though they were very friendly people. Emma had heard people describe them as ‘hippies’, though she didn’t know what that meant. Kate’s parents would usually stay outside around a campfire until bedtime, while both playing guitar. So ‘hippies’ must be another word for ‘outdoors’, Emma reasoned.

She loved staying at Kate’s house. They had nine cats and a goat, all of them indoors. The goat even sat on the couch with Kate and Emma when they were watching television. Kate’s parents (as well as the animals) didn’t really believe in cleaning or gardening, resulting in a garden that was probably thicker than a jungle in South-America. It was the exact opposite of the B&B, which was probably why Emma liked it so much.

Kate arrived exactly an hour after Emma’s mother called her parents. When the doorbell rang, Emma opened the door to find Kate standing there, completely soaked. Her blonde hair hung flatly besides her head, her purple dress stuck to her body, and her yellow boots looked a few shades bleaker than last time Emma saw them. All in all, it was a funny sight to behold, especially because it had stopped raining two hours ago.

‘You wouldn’t BELIEVE what happened to me today,’ Kate said as she walked past Emma, dripping water all over the hallway floor.

‘Did you jump in the Eckhart’s pool again?’ Emma asked. She was used to this sort of behaviour from Kate, and wasn’t the slightest bit surprised of the state her friend was in.

Kate stopped and turned. ‘No, of course not. Well, not voluntarily, anyway.’ She grabbed a towel Emma held out to her, and starting drying her hair by vigorously rubbing the towel against her head.

‘Stupid Will-o-wisp bolted out the front door this morning, and I’ve been trying to find her all day.’ Kate said in a muffled voice beneath the towel.

Will-o-wisp was Kate’s cat, which really didn’t like to be indoors. She ran away so frequently, Kate’s parents gave up closing doors and windows to keep her in. Kate always searched for the cat when she ran off and – to her credit – always found her, too. Though it could take a while sometimes.

Kate continued: ‘I finally caught up with her sitting in a branch of the tree hanging over the Eckhart’s pool.’

She needn’t have finished the story, because Emma could see it unfolding in her mind: Kate would probably have climbed in the tree, Will-o-wisp would have gone to the end of the branch, Kate followed, the branch snapped, Kate fell into the pool and Will-o-wisp probably made a safe exit.

As it turned out, that was exactly the case.

‘So no sign of her, then?’ Emma asked after Kate told the story.

‘Nah.’ Kate said. She wringed her purple dress so that even more water dripped onto the floor. On the upside, she was almost completely dry now.

‘Ah well, she’ll turn up eventually,’ Emma said, and Kate shrugged, ending the matter of Will-o-wisp.

‘So, what do you want to do?’ Kate said, excited. ‘What was so urgent you wanted me to come over?’

‘I, em, had a weird afternoon.’ Emma said. ‘Come on, let me tell you all about it.’

A short while later, they were sitting on the big bed in the topmost room, eating chocolate Kate had bought after the pool encounter. The sight of her going round the night shop – yes, the town had a night shop, though why no ones knows, and it wasn’t really a night shop, since it was only open until nine – amused Emma, and made her wonder what the teenager behind the counter must have thought.

With a mouth full of chocolate, Emma told Kate about the sewer pipe and the bike-incident, despite still feeling embarrassed about it. When she was done, Kate looked at her in a funny way.

‘You’re sure you didn’t hit your head or anything?’ She asked. ‘Because it doesn’t exactly sound something you’d encounter here. Or anywhere.’

‘I’m sure.’ Emma assured her. ‘So, what do you think?’

‘What do I think? As in: we should check it out?’ Kate replied, her eyes suddenly wide. ‘Right now?’

‘No, not right now!’ Emma gasped. ‘It’s almost ten!’

But Emma could tell Kate’s mind was already made up. It was precisely the thing she’d do: breaking the rules. Preferably three at a time.

‘It’d be great! No one’s around at this hour, we could take our time!’ Kate said.

‘There’s no one around during the day!’ Emma said. ‘It’s a small town!’

But Kate didn’t listen. She got up and walked to the door.

‘Your mom’s downstairs, right?’

‘No, Kate. Just… no.’

‘And she doesn’t say goodnight to us. At least, she never does when I’m here…’

Kate walked to the window and opened it.

‘We’re on the fourth floor, Kate,’ Emma sighed. ‘It’s too dangerous to…’

She was cut short when her mother entered the room.

‘I’m going to bed, dears. Will you sleep here tonight?’

It wasn’t uncommon that Emma slept in one of the empty rooms, even if she had her own bedroom. This was even considered normal when Kate stayed over. Emma’s mother sometimes had a hard time finding them, especially in the wintertime, when they changed rooms often because of faulty heating.

‘Yes mum,’ Emma replied.

‘Okay, don’t stay up too late. And Kate, dear, close the window before going to sleep, okay?’

‘Sure!’ Kate replied, as Emma’s mother left the room.

Emma looked at Kate, who had a big smile on her face.

‘Guess we’ll be going out the front door, then!’

Table of Contents

Emma Alden en het doolhof van Klein Zeezicht

Emma Alden is eigenlijk een doorsnee elfjarig meisje. Ze woont met haar moeder in een klein dorpje in Engeland, gaat naar school en houdt van fietsen, zelfs als het regent. Op een dag stuit ze op een doorgang naar een mysterieus eiland. Samen met haar vriendin Kate ontmoet ze daar nieuwe vrienden, gevaarlijke wezens en nog veel meer als ze een doolhof betreedt waar nog nooit iemand van is teruggekeerd…

 

boekNL

Ontmoet de hoofdpersonen

characters_emma

Emma

Emma is een elfjarig meisje dat houdt van fietsen, lezen en haar moeder helpen in hun kleine hotelletje. Samen met haar vriendin Kate staat ze op het punt om een ongelooflijke reis te ondernemen.

characters_kate

Kate

Kate rent het grootste deel van haar tijd achter haar kat Dwaaltje aan, die voortdurend wegrent. Sterker nog, Kate is al zo vaak uit school ontsnapt dat ze de bijnaam 'El Mysterieus' gekregen heeft van het schoolhoofd.

characters_jasper

Jasper

Net zoals zijn tweelingbroer Hugo heeft Jasper een speciale gave: hij is een Springer, wat betekent dat hij extreem ver kan springen. Helaas voor hem laat zijn gave nog wat te wensen over - helemaal omdat hij allergisch is voor peper.

characters_hugh

Hugo

Hugo is precies het tegenovergestelde van zijn stille broer Jasper. Hij is koppig, durft alles, en heeft zijn woordje meestal meteen klaar. Hugo is een Groeier, wat betekent dat hij een paar seconden lang enorm groot kan groeien.

Over de auteurs

‘Emma Alden en het doolhof van Klein Zeezicht’ is geschreven en getekend door Coen van der Horst en Teun Megens, respectievelijk. Een boek wat drie jaar in de maak was, is eindelijk uitgebracht met behulp van hun Kickstarter-campagne.